Wie was Nolleke van Geleen, naamgever aan de wandeling in Bree ?

Nolleke van Geleen; Arnold van de Wal, (Bree, 30-01-1749), gehuwd met Barbara Baggen( 1744), 6 kinderen

Zijn vader is afkomstig van Geleen. Daarom staat hij bekend als Nolleke van Geleen. Hij noemt zichzelf kleermaker en speelman.

 

Voormalige Brouwerij Bogaerts in Bree

6.1 Voormalige herberg-brouwerij Bogaerts

 

De groepe onder leiding van Nolleke van Geleen bestond uit lokale mensen. Alleen bij de grote ( en de enige ) overval op 3 april bij Bogaerts waren ook vreemden (joden en walen) betrokken. Blijkbaar vond men daarna het leggen van brandbrieven lucratiever ( met als voorbeeld Ophoven ??). Doordat de eerste afgepersten betaalden, regende het brandbrieven in Bree en vooral de dorpen erom heen( ca 40 in ca 3 jaar).

In het voorjaar van 1789 ontstond een banale herberg ruzie in Gerdingen, even buiten Bree. Arnold van de Wal schepte op en maakte zich zo bekend als brandbrief legger. Zowel Nol als Michiel Truyens leefden duidelijk boven hun stand en strooiden met geld

Het gerecht trad pas effectief op na gemor van de bevolking en het aantreden van Clercx ( tot dan schepen van Eksel en Pelt) als speciaal gemachtigde.

Lucie Truyens werd gearresteerd en daarna Nol van de Wal. Procesvoering in Peer olv lt drossaard vd Cruys, met een belangrijke “sturende “rol van Clercx als ondervragende schepen.

Na de tortuur geeft hij misdaden toe en beschuldigt ook andere personen oa. Jaak Beijnsbergen. Op 21 september legde Nolleke de laatste verklaringen af en wordt zijn vonnis voltrokken: hangen.

Identificatie: Nolleke moest door getuigen worden geïdentificeerd: hij noemde zich van de Wal, men kende hem als van Geleen. Lt drossaard vd Cruys eiste een formele identificatie.

Nolleke was charismatisch:hij was vioolspeler en kon goed dansen, hij leerde in zijn huis vooral jonge mannen dansen en had daardoor grote aantrekkingskracht op hen. Zijn huis was een zoete inval, waar veel mensen logeerden en in - en uit liepen. Hij was alleszins een praatvaar en een fantast.

Nolleke van Geleen werd in de volksverhalen vaak als sympatieke deugniet afgebeeld.

Volgens van de Cruys voelde hij dat hij een kwaaie had aan Nolleke en noemde hem een “zeer ondeugende gast, die van leugens aan elkaar hing”. Hij beschouwde hem als een van ernstigste misdadigers die hij ooit had gezien.

Er wilden slechts weinigen tegen hem getuigen omdat men angst voor hem had: men kwam liever een wolf tegen dan Nol.

Na de terechtstelling van Nolleke van Geleen , wordt Clercx aangewezen om de bende van Bree op te rollen.

Nolleke was getrouwd met Barbara Baggen. Geboren 18-4-1744 als dochter van een rijke boer, werd op 22 november 1789 gearresteerd en ondervraagd. Tortuur op 13 en 18 december. Bekent en noemt namen. Bekende ook de beruchte eed te hebben afgelegd: “dat haaren man een beeld in de hand hadde van eennen valsche god, representeerdende eenen ouden Sinte Machiel met den duyvel daat onder en dat beynsbergen in syne hand hadde het beeld Crona.”

Op 23 december herroept zij alles, “seggende te hebben moeten bekennen door de pijne.” In haar laatste verklaring op 7 januari geeft zij enkele zaken toe, waar onder de inbraak bij Booaerts en enkele brandbrieven. Maar van een eed weet zij niets…

Op 2 januari doodvonnis , voltrokken 7 januari 1790: gehangen tussen hemel en aarde tot de dood erop volgt.

Bronnen:

-          Barbertje moet hangen – De “Bokkerijders”uit Groot Bree (1995); door Jo Cortjens en Bert Simons

-          Bokkenrijders, late heksenprocessen in Limburg (2002); door François Van Gehuchten

-          Bokkerijders in Bree, het proces Antoon Fransen alias Van Heeswyck (1995); door Hendrik Verheyen

-          Bokkerijders in Bree, het proces Arnold van de Wal en Barbara Baggen (1996); door Hendrik Verheyen, Christian Vandewal, Louis Beijnsberger.